Onderzoek naar de gevoeligheid van de gewone zeehond (Phoca vitulina) voor doorvaart tijdens hoogwater van door zeehonden bevolkte gebieden

In 2018 start een nieuw onderzoek naar de invloed van de scheepvaart - van kano tot veerboot - tijdens hoogwater op de zeehonden in de Waddenzee.

Waarom dit onderzoek?

In de Waddenzee komen de belangen van de natuur, waaronder twee soorten zeehonden, en de belangen van beheer, visserij, vaarrecreatie en andere menselijke activiteiten elkaar tegen. Daarbij gaat het er voortdurend om het dynamische evenwicht te vinden tussen alle belangen, waarbij die van de natuur dominant is. Ten aanzien van de relatie tussen natuur en scheepvaart, in het bijzonder de vaarrecreatie, is het uitgangpunt dat gebieden voor menselijke activiteiten "worden afgesloten waar het moet en worden opengesteld waar het kan". Dit onderzoek richt zich op dat onderdeel waarbij gezocht wordt naar de juiste balans tussen afsluiten en openstellen van zeehondengebieden voor doorvaart tijdens hoogwater. Tegelijkertijd levert het onderzoek een bijdrage aan de wetenschappelijke kennis over de ecologie en ethologie van de zeehond.

Het onderzoek komt voort uit het programma Pact van Rede 2.1 op initiatief van de organisaties vaarrecreatie en haakt aan bij het onderzoek dat door de Rijksuniversiteit Groningen en het zeehondencentrum Pieterburen de afgelopen jaren is verricht bij Punt van Reide. De samenwerking met andere bij de Waddenzee betrokken organisaties wordt gezocht.

Het maatschappelijk belang

Hierboven is al gewezen op de bijdrage die het onderzoek zal leveren aan het beheer van de Waddenzee bij het zoeken naar de optimale balans tussen natuur en menselijke activiteiten, in het bijzonder de (vaar)recreatie. Een daarmee samenhangend aspect is dat het Waddengebied werelderfgoed is juist vanwege de combinatie van enerzijds de unieke natuurwaarde van het Waddengebied en de Waddenzee en anderzijds de culturele en historische waarde en daarmee de recreatieve waarde. Een van de grote trekpleisters voor het Waddengebied vormen de zeehonden. Zeehondenopvang Pieterburen, de kijkwand bij Punt van Reide en de robbentochten trekken jaarlijks vele duizenden mensen. Om de zeehonden de rust te geven die ze nodig hebben voor hun jongen en tijdens het verharen zijn in het Nederlandse wad vrijwel alle platen waar zeehonden tijdens laagwater liggen afgesloten van 15 mei tot 1 september en in een aantal gevallen voor een nog langere periode. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen perioden van laagwater als de platen drooggevallen zijn, en hoogwater als de platen onderwater staan, tot in een aantal gevallen 2 m diep. De mogelijkheid om te genieten van zwemmende zeehonden in de nabijheid van de boot wordt daarmee sterk beperkt. Voor schepen met een diepgang die doorsteek over platen tijdens hoogwater mogelijk maakt zou het veel uitmaken als zij rond hoogwater over de platen zouden mogen varen. Vooral omdat dan met name de als onveilig ervaren zeegaten tussen de eilanden kan worden vermeden. Vrijwel alle onderzoek is verricht aan zeehonden terwijl ze tijdens laagwater op platen liggen en naar de directe reacties van op de plaat rustende zeehonden op verstoring. Over zwemmende zeehonden tijdens hoogwater is vrijwel niets bekend. Over het gedrag en de reactie van de zwemmende zeehonden op menselijke activiteiten, met name scheepspassages, is weinig bekend en ook is weinig bekend wat de effecten van menselijke activiteiten zijn op de populatiedynamica van zeehondenpopulaties. Enerzijds leeft het idee bij veel recreatievaarders dat zwemmende zeehonden zich weinig aantrekken van de boten die ze tijdens hoogwater tegenkomen, anderzijds gaan veel natuurbeschermers en beheerders ervan uit dat ook bij hoogwater de scheepvaart de zeehonden dusdanig verstoort dat afsluiting van de zwemgebieden noodzakelijk is. Beide opvattingen zijn blijven hangen in meningen die onvoldoende door wetenschappelijke feiten kunnen worden onderbouwd. De bedoeling van dit onderzoek is voldoende wetenschappelijke feiten aan te dragen opdat een beter gefundeerd beheer kan worden gevoerd ten aanzien van de zeehondenpopulatie in combinatie met menselijke activiteiten, in het bijzonder de vaarrecreatie, en in het bijzonder ten aanzien van de doorvaartmogelijkheden over platen tijdens hoogwater.

Het wetenschappelijk belang

Zeehonden behoren tot de weinig grotere Nederlandse zoogdieren waaraan populatie-dynamisch en ethologisch onderzoek mogelijk is; in vergelijking met de Nederlandse roofdieren als de vos, maar ook de meeste soorten hoefdieren, als reeŽn, leven zeehonden in een open leefgebied waar ze goed zijn waar te nemen zonder dat al te veel kunstgrepen en hulpmiddelen noodzakelijk zijn. De levenswijze, het sociale gedrag, de zorg voor de jongen en het dispersiegedrag zijn goed vast te leggen en met de huidige technische ontwikkelingen is het mogelijk geworden ook het gedrag onderwater beter te volgen. Tot nu toe zijn vrijwel alle onderzoeken gefocust geweest op het vastleggen van de korte termijneffecten van verstoring en is er weinig onderzoek aan zeehonden uitgevoerd waarbij de populatiedynamica onderwerp was. Dit onderzoek kan, als een degelijke registratie van individuele zeehonden mogelijk is, wel een relatie leggen tussen de dagelijkse gedragingen en de populatiedynamica in de tijd en zo een belangrijke bijdrage leveren aan de wetenschappelijke kennis over de gewone zeehond Phoca vitulina.
De omvang van de populatie zeehonden in het Waddengebied wordt tot nu toe uitsluitend geschat door middel van tellingen aan de hand van foto's genomen vanuit helikopters of vliegtuigen. Bekend is dat daarbij slechts een deel van de aanwezige zeehonden wordt geteld omdat een aanzienlijk deel zich in het water bevindt en niet meegeteld kan worden. Als zeehonden individueel herkend kunnen worden aan de hand van hun tekening, merk of zender kan het aantal zeehonden geschat worden met behulp van de beproefde merk-terugvang schattingsmethoden. Ook dit soort onderzoek is niet eerder aan zeehonden gedaan.

De aanpak van het onderzoek

Het voorgestelde onderzoek valt in twee hoofdbenaderingen uiteen:
1. Gedetailleerde data verzamelen van met gps-zenders uitgeruste zeehonden waarbij hun directe reactie op confrontaties met menselijke activiteiten is vast te leggen. Dit levert inzicht op over de directe effecten van menselijke activiteiten op zwemmende zeehonden en geeft vermoedelijk ruimte voor interpretatie van de effecten op langere termijn. Tegelijkertijd wordt een schat aan gegevens verzameld over het sociale, foerageer- en dispersiegedrag onder water.
Uitvoering is vermoedelijk alleen mogelijk met de medewerking van instituten met ervaring en faciliteiten op dit gebied en met de beschikbaarheid van voldoende budget. Voor dit onderzoek zullen zeehonden gevangen moeten worden om van een zender te voorzien, tenzij gebruik gemaakt kan worden van zeehonden die uit de zeehondenopvang worden losgelaten. De kans is groot dat aanpak van dit onderdeel organisatorisch nog niet in 2018 kan beginnen.

2. Waarnemingen doen aan op platen liggende zeehonden gedurende twee opeenvolgende laagwaterperiodes en registratie van menselijke activiteiten, met name scheepsbewegingen, tijdens de tussenliggende hoogwaterperiode. Dit levert inzicht op over de effecten van menselijke activiteiten tijdens de hoogwater periode op het droogliggedrag van zeehonden tijdens de daaropvolgende laagwaterperiode. Daarnaast kunnen gegevens voor verschillende andere vragen over het gedrag van zeehonden tijdens de waarnemingen meegenomen worden. Omdat het effect van menselijke activiteiten op zowel de populatiedynamica als het welzijn van de zeehonden in relatie moet worden gezien tot de natuurlijke parameters van de populatiedynamica en het individuele welzijn van de zeehonden is het wenselijk tevens gegevens te verzamelen over het gedrag van de zeehonden op de platen, de moeder-pup relaties, e.d., die tevens aansluiten bij lopend wetenschappelijk onderzoek aan zeehonden.
Uitvoering is direct in 2018 aan te vangen zodra de voorbereidingen klaar zijn en er mensen beschikbaar zijn. Deelnemers aan het onderzoek zullen gezocht worden binnen de organisaties die op een of ander wijze bij natuurbeheer, vaarrecreatie en het Waddengebied zijn betrokken. De voorbereidingen zijn al zo ver gevorderd dat in maart of april met de waarnemingen zou kunnen worden begonnen. Het voordeel van deze aanpak is dat het laagdrempelig is en dat veel vrijwilligers een bijdrage aan het onderzoek kunnen leveren. Het streven is dat als dit onderdeel van het onderzoek in 2018 substantieel kan worden uitgevoerd het eind 2018 mogelijk zal zijn voorlopige conclusies te trekken over de wenselijkheid om zeehondengebieden ook tijdens hoogwater gesloten te houden voor menselijke activiteiten of in welke mate activiteiten wel kunnen worden toegestaan.

Voor nadere informatie kunt u mij mailen naar rhvdeijk@indat.nl
Dr Robbert van der Eijk