keer terug naar uw laatste punt in de vorige tekst via de [terug] in de linker bovenhoek van uw browser


Het schrijvertje Gyrinus marinus Gyll. als proefdier


Het schrijvertje Gyrinus marinus Gyll. is uitstekend geschikt gebleken als proefdier en onderzoeksobject bij populatiedynamica onderzoek, zowel voor waarnemingen in het veld als voor experimenten.

Eerst een korte introductie van het schrijvertje.
Het is een kevertje van 4 tot 8 mm (fig 1) dat meestal in groepen op het wateroppervlak van niet te grote waters leeft nabij de oever (fig 2).
Gedurende de reproductieperiode van april tot half augustus zetten vrouwtjes ongeveer elke 10 dagen 10 - 60 eieren af onder water. Na elk eilegsel worden de vrouwtjes opnieuw bevrucht met een spermatofoor (fig 3). De larven (fig 4) doorlopen hun ontwikkeling onder water en verpoppen boven water. De ontwikkeling van ei tot kever duurt 6 (zomer) tot 10 (voorjaar) weken.
Afhankelijk van de weersomstandigheden overwinteren de kevers van medio oktober tot eind maart onder water.
Het onderscheid tussen mannetjes en vrouwtjes is duidelijk, zowel door het verschil in grootte als doordat de kevers veelvuldig hun genitaliën uitsteken (fig. 5).
Ook het onderscheid met andere soorten die vaak gemengd voorkomen in de groepen van Gyrinus marinus Gyll. is na enige oefening snel te maken aan de hand van de mannelijke genitaliŽn, het oppervlak van de dekschilden en soms de lichaamsvorm.

Overdag bevinden de kevers zich voornamelijk in groepen op het wateroppervlak, in de schemering en avond zwermen de meeste kevers uit, waarbij ze zwemmend op het wateroppervlak grote afstanden kunnen afleggen om na verloop van tijd weer in groepen samen te komen, eventueel na een verblijf voor kortere of langere tijd onder water.
De kevers kunnen vliegen - ook vrouwtjes met volle ovaria -, maar doen dit alleen als de weersomstandigheden daarvoor gunstig zijn (warm genoeg en weinig wind).

De dieren zijn uitstekend aangepast aan het leven op het water. De twee achterste pootparen zijn omgevormd tot krachtige roeispanen (fig 6) waarmee de kevers met hoge snelheid zich op en onder water kunnen verplaatsen. Het voorste pootpaar is ontwikkeld tot lange grijppoten.
Uniek zijn de samengestelde ogen, die zich hebben opgedeeld in een onderste helft voor onder water en een bovenste helft voor boven water Fig 7b).
De antennes zijn op een bijzondere manier aangepast tot een fijngevoelig zintuig voor het waarnemen van oppervlaktetrillingen (fig 7a/c). Vanwege de bijzondere vorm ga ik hier wat dieper op in. Tussen de oogdelen boven en onder water loopt een bolvormige uitholling. Het eerste antennelid heeft de vorm van een ingedeukte bal en kan vrij draaien binnen de uitholling tussen de ogen. De aanhechting zit bovenin de uithollng. Het tweede antennelid heeft de vorm van een hoge schoen die in een pyramidevormige punt. Aan de punt zit de sigaarvormige rest van de antenne. De zool van het tweede lid ligt op het wateroppeelvak en heeft een krans van haren waardoor het drijfvermogen en het waarnemingsvermogen verhoogd wordt.

Door deze combinatie van aanpassingen leent het schrijvertje zich uitstekend voor nadere studie van vele aspecten van de populatie dynamica, met betrekking tot meting van aantalsverloop, samenstelling van de populatie, sterfte en overleving, dispersie en dispersiegedrag, reproductie, predatie, fourageren en gedrag.

Door het leven op het water is het mogelijk met redelijke betrouwbaarheid de aantallen op het water direct te tellen en kleurgemerkte exemplaren te volgen zonder dat ze opnieuw gevangen hoeven te worden, dus met een minimum aan verstoring.
Zonder al te veel moeite is het vaak mogelijk een groot deel, tot vrijwel 100 %, van de dieren te vangen, zodat o.a. de samenstelling van de populatie goed is vast te stellen en met name ook de dispersie.
Doordat de dieren op het water leven is het bovendien eenvoudig om directe waarnemingen te doen aan het gedrag jegens elkaar, het fourageergedrag en het gedrag tijdens het rondzwerven, bijvoorbeeld de reacties op barrières, gevaar, e.d.

De kevers zijn met een goede speld eenvoudig individueel te merken met een gaatjespatroon op de dekschilden en met verfmerken in beperkte mate individueel en goed groepsgewijs te merken. Vervolgens zijn de bewegingen en verspreiding van de gemerkte dieren goed te volgen door directe waarneming van kleurmerken en door terugvangsten van de prikgemerkte exemplaren. De soort leent zich daarom bijzonder goed voor onderzoek naar de dispersie
Gevangen dieren zijn goed zonder schade enige dagen koel te bewaren in potjes met lichtvochtig toiletpapier of keukenpapier.
Vrouwtjes zetten binnen 24 uur hun rijpe eieren af op vochtig papier in petrischaaltjes, vaak met een spermatofoor, waarna de ontwikkeling van de eieren eenvoudig is te volgen.

Een uitgebreide beschrijving van alle gebruikte methodieken en technieken wordt gegeven in Methoden van onderzoek bij schrijvertjes



contact: dr Robbert van der Eijk